Zo werd ik eens gebeld door de receptie van hun verzorgingshuis met de vraag of ik langs kon gaan bij een van hun bewoners. Een oude dame wiens bril kapot was. Uiteraard, dat is mijn werk. Ik bedacht welke gereedschappen ik nodig zou kunnen hebben en pakte het hoogstnoodzakelijke bijeen. Aangezien je het allemaal maar mee moet dragen is alles wat je thuislaat meegenomen. Ik reed naar het oude van dagen huis en melde me zoals gebruikelijk bij de receptie. De receptionist verwees mij netjes door naar de juiste kamer en vol goede moed belde ik aan. De oude dame deed open. Aa, u komt vast voor de bril, zei ze. Komt u verder meneer. Met m’n spulletjes in de hand liep ik achter haar aan. Ze begeleidde me naar de andere kant van de woonkamer en opende de deur van de badkamer. Kijk meneer, daar is ie, zei ze terwijl ze naar het toilet wees. Hij is kapot. Ik durf er niet eens meer op te gaan zitten. Hij zit los en zometeen val ik met de bril en al op de vloer. Even was ik sprakeloos. Met een schuin oog keek ik naar de oude dame. Ik dacht flink in de maling te worden genomen maar ze vertrok geen spier. Ze was bloedserieus. Ok. Ik schraapte m’n keel, “wel mevrouw, ik zal niet ontkennen dat ik verstand van brillen heb. Maar dat zijn dan toch meer de brillen die je op je neus zet en waar je dan vervolgens doorheen kijkt.” Even was het stil. Toen schaterde de vrouw het uit van het lachen. Een volmieuze lach galmde door de kamer “Ik snap het al”, proestte ze. “Ik heb de receptie gebeld en gezegd dat de bril kapot is en of ze iemand konden sturen om hem te maken. Die receptionist heeft het helemaal verkeerd begrepen!” De vrouw lag vervolgens weer dubbelgevouwen van het lachen. Ondanks dat mijn ritje voor niets was geweest kon ook ik een ruimhartige lach niet meer onderdrukken. |




